Praktijk Psychosociale Hulpverlening

De Blauwe Tandem begeleidt en adviseert over en aan jongeren en hun ouders. Door een planmatige aanpak waarbij de wensen van de cliënt of opdrachtgever centraal staan. Ook wordt advies gegeven aan huisartsen, scholen en gemeenten over normoverschrijdend gedrag en jongeren.

TAGS | info@deblauwetandem.nl 0642383899 | Copyright | Disclaimer
home » oplossingsgerichte methode

De oplossingsgerichte methode

De oplossingsgerichte methode probeert de cliënt te verleiden tot het positief denken. Stil staan bij en doen waar we goed in zijn maakt ons gelukkig, een optimistische kijk maakt dat we geluk hebben. (Bannink, 2007)

Dit doet een begeleider door het helpen van de cliënt, te focussen op al aanwezige vaardigheden en te kijken of deze ingezet kunnen worden bij dromen van de cliënt en de doelen die hij of zij wil bereiken. Het is een laagdrempelige vorm van hulpverlening. Het belangrijkste verschil tussen oplossingsgericht werken en de reguliere hulpverleningsmethoden ligt in het gegeven dat niet wordt gefocust op het probleem of de aandachtsgebieden van de cliënt. Het verleden wordt alleen gebruikt als referentiekader van gedrag dat positief ervaren werd door de cliënt, het probleem op zich, wordt zo min mogelijk aangestipt en besproken. Er wordt gewerkt aan de stappen die de cliënt zelf bedacht heeft om bij zijn zelfgekozen oplossing te komen. Dit is oplossingsgericht in tegenstelling tot probleemgericht, zoals vaak binnen de reguliere hulpverlening wordt gehanteerd. (Diagnose alvorens behandeling.)

De oplossingsgerichte hulpverlening is een jonge methode. Het heeft zeer veel raakvlakken met de stroming positieve psychologie (2002), maar heeft ook kenmerken van het systeemdenken. Het is in de jaren tachtig van de vorige eeuw ontwikkeld door Steve de Shazer en zijn vrouw Insoo Kim Berg in hun Family Therapy Centre in de Verenigde Staten. Deze baseerde zich op Watzelawick, Weakland en Fish (1974) vanuit de psychologische stroming van de systeemtheorie welke in de eind jaren vijftig en begin jaren 60 van de vorige eeuw ontwikkeld is. (Rigter, 2007)

Positieve psychologie is een stroming binnen de psychologie die zichzelf drie doelen stelt:
  • Het onderzoeken van de sterke punten (wat maakt dat iemand ergens goed in is), naast het werken aan zwaktes;
  • Verder bouwen op de beste dingen in het leven, eerder dan problemen te herstellen;
  • Het normale leven van mensen waardevoller maken en het verbeteren van talent, naast het genezen van mentale ziektes.
(Definitie afkomstig van een presentatie gegeven in februari 2004 door Martin Seligman)

De positieve psychologie ziet zich daarmee als een uitbreiding van de '"traditionele" psychologie, die primair gericht was op het ontdekken en genezen van psychische problemen als depressie, burn-out, enzovoort. Kritiek op de stroming is er ook;
Critici stellen wel dat de factoren die het optreden van negatieve psychologische verschijnselen bevorderen dezelfde zijn die het optreden van positieve verschijnselen verhinderen. Een teveel aan werkdruk leidt bijvoorbeeld tot de aanwezigheid van burn-out (een negatief verschijnsel), alsook tot de afwezigheid van engagement/betrokkenheid. Sommige concepten uit de positieve psychologie zijn dan ook direct te herleiden tot reeds bekende concepten uit de traditionele psychologie (bijvoorbeeld engagement -- vertrouwen in eigen kunnen, kracht, betrokkenheid -- is ontwikkeld als tegenpool van het burn-out-concept -- geen vertrouwen hebben in eigen kunnen, vermoeidheid, afstand nemen van het werk). De toekomst zal dan ook moeten uitwijzen in hoeverre positieve psychologie oude wijn in nieuwe zakken is. (Bron: Wikipedia) De stroming heeft veel affiniteit met het persoonsgericht agogisch model, welke in het psychosociale werkveld wordt gebruikt.

De Shazer ontwikkelde in 1985 enkele stellingen die onderschreven dat het inzicht in het probleem niet altijd nodig is om het op te lossen.
  • De klasse van het probleem behoort niet tot de klasse van de oplossing
  • De cliënt is de expert
  • Wat niet stuk is moet je niet maken
  • Als iets werkt, ga ermee door
  • Verschillen maken het verschil en
  • Als iets niet werkt, doe dan iets anders
Daarbij ontdekte De Shazer en zijn team drie technieken die de cliënt in staat stelde veel over de oplossing te praten;
  1. Het uitlokken van ideeën over mogelijke oplossingen (Wat zou u in de plaats willen van het probleem?)
  2. Vragen naar de details van competenties (Hoe deed u dat precies?)
  3. Complimenteren van de cliënt en zijn krachten (Hoe kwam u op dit goede idee?)
Hiermee lukt het om bij een cliënt een kleine verandering te weeg te brengen waardoor motivatie ontstaat om het goede gedrag te herhalen. De begeleider die eerder probleemgericht was, moet echter met een andere bril leren kijken naar de cliënt. Oplossingsgerichte begeleiders hebben een niet-pathologische kijk op mensen. Mensen hebben problemen en lossen deze, op hun eigen manier en heel vaak zonder hulp van een professional, naar tevredenheid op. Door het aanspreken van hulpbronnen en competenties die al aanwezig zijn bij de cliënt, worden hoop en zelfvertrouwen vergroot. Even zozeer moet de cliënt leren naar zichzelf te kijken als competente, in controle zijnde expert in zijn eigen situatie. Omdat de oplossingen die de cliënt zelf aandraagt bij hem en zijn situatie passen, worden ze snel gevonden en zijn ze blijvend. (Cladder (1999) in Bannink 2006) Door te werken aan het doel dat de cliënt geformuleerd heeft, wordt bereikt wat de cliënt wil, niet wat de begeleider als beste oplossing ziet.


Vier typen klanten
De oplossingsgerichte methode onderscheidt vier typen relaties die je als begeleider hebt met cliënten;
  1. Bezoekertypische relatie, de zogenaamde voorbijgangers
  2. Klaagtypische relatie, ook wel zoekers genoemd
  3. Klanttypische relatie, ofwel de kopers
  4. Gelijkwaardige relatie zoals bij collega’s of co-therapeuten
De voorbijganger is de cliënt die gestuurd is en zelf geen probleem ziet. Hij stelt zich onwetend en onverschillig op. Deze cliënt zal weerstand ervaren in de vragen die je stelt en moeilijk te bereiken zijn als het gaat om het benoemen van nieuwe doelen of wensen. Ga er vanuit dat cliënt goede reden heeft om zich te gedragen zoals hij doet. Stel oordeelsvorming uit, stem af op percepties cliënt (onvoorwaardelijke acceptatie). En vraag aan de cliënt wat hij zou willen (nu hij er toch is) en accepteer zijn antwoord.

De zoeker geeft wel informatie over het probleem en overweegt een verandering. De cliënt ervaart veel stressoren maar kan niet goed komen tot een hulpvraag. Hij ziet zich nog niet als (deel) van het probleem en/of de oplossing en externaliseert de oorzaken, anderen zijn de oorzaak of schuld van het probleem. Geef empathische reacties op het verhaal van de cliënt waardoor deze het gevoel heeft gehoord te worden. Probeer samen te ontdekken wanneer het probleem er niet is of minder is; zoek de uitzondering. Dit lukt vaak door middel van doorvragen naar doelen en oplossingen die de cliënt kan benoemen.

De koper en de collega zien zichzelf als deel van het probleem en de oplossing. Dit blijkt uit het gebruik van de ik-vorm in zijn verhaal. Hierdoor is er motivatie voor verandering en kan deze cliënt een hulpvraag formuleren. De koper en de collega onderscheiden zich van elkaar door kennis over agogisch werk.


Complimenten
De oplossingsgerichte methode probeert de gids te zijn in de zoektocht van een cliënt naar oplossingen die bij hem passen. Hiervoor is het belangrijk dat het complimenteren van de cliënt als werktuig wordt gebruikt. Alle handelingen en ideeën van de cliënt zijn compliment waardig. Een direct compliment kan gegeven worden doordat de cliënt iets zegt, doet of maakt op het moment van het gesprek. Ook een compliment over het uiterlijk van een cliënt hoort bij een direct compliment. De indirecte complimenten worden in vragen gegoten over competenties die de begeleider bemerkt zodat de cliënt aan zichzelf complimenten gaat geven.


Feedback
Feedback in de oplossingsgerichte methode geeft geen aanwijzingen aan de cliënt ter verbetering van zijn situatie of gedrag zoals in een probleemgericht gesprek. De feedback ordent de in het gesprek naar voren gekomen input en helpt daardoor de cliënt bij het inzichtelijk krijgen van de manieren waarop hij zijn doel kan realiseren. Oplossingsgerichte feedback vragen helpen hierbij. (Zie Bannink, 2006, blz 77.) De feedback vind halverwege of aan het einde van een gesprek plaats en omvat drie componenten; complimenten, een bruggetje en suggesties voor taken. De brug verbindt de complimenten met de suggesties voor taken. Wel hoort bij elke cliëntrelatie een andere vorm van feedback. Een voorbijganger krijgt geen suggesties, een klager krijgt suggesties voor observatietaken (hoe ging het “anders”?) en de koper en de collega krijgen zowel suggesties voor observatietaken als gedragstaken.


De acht stappendans
In een gesprek is het belangrijk te blijven bewegen op de maat die de cliënt dirigeert. Hiervoor is de acht stappendans ontwikkeld. Centraal staat het geven van complimenten.

Vanuit deze positie kan de begeleider kiezen voor verschillende technieken om de cliënt te verleiden zijn eigen oplossing te omarmen en positief te benaderen. Een van de acht technieken is de wondervraag. Deze vraag beoogt tot een doelformulering te komen; ‘stel dat u vannacht ligt te slapen en er gebeurt een wonder. Het wonder is dat het probleem waarvoor u staat (voldoende) is opgelost. Waaraan zou u het eerst merken dat het wonder geschied is? Wat doet u anders? En wat zou uw omgeving ervan merken?’

Om te werken aan de oplossing die uit de wondervraag naar voren komt kunnen schaalvragen gesteld worden (een andere van de acht technieken); op een schaal van nul tot 10, waar staat u nu in verhouding tot het probleem? Hoe zou uw situatie eruit zien als u zich op een 10 zou begeven? En wat zou er moeten gebeuren om een stapje vooruit te doen?
Een derde techniek is het bevragen van de cliënt op uitzonderingen op het probleem dat ervaren wordt; is het wel eens anders geweest? Hoe kwam dat dan? Deed u iets anders? Hoe ging dat?

Verder bestaat de dans uit een toekomstgerichte focus van het gesprek, het benadrukken van de context van de oplossing, het stellen van doelen en het benoemen van de sterke punten van de cliënt. Het is belangrijk om steeds contact te leggen en te houden met de cliënt, blijf zijn weg volgen.


Achter op de fiets
De metafoor die gebruikt wordt door veel oplossingsgerichte werkers is die van het achter op de fiets stappen bij de cliënt. De cliënt houdt het stuur vast en bepaald zo de koers, maar ook het tempo. Van achter de cliënt steun je hem, duw je hem zachtjes om nog meer te doen van wat werkt en stel je vragen in plaats van te vertellen over hoe iets moet.
  • Miller, W.R. / Rollnick, S. : Motiverende gespreksvoering ; een methode om mensen voor te bereiden op verandering ; Ekklesia 2008 ISBN 9075569391

  • Shazer, S. de / Dolan, Y. : Oplossingsgerichte therapie in de praktijk ; wonderen die werken. ISBN 9079729043

  • Bannink, F. : Gelukkig zijn en geluk hebben ; zelf oplossingsgericht werken ; Harcourt Publishers 2007 ISBN 9026518034

  • Bannink, F : Oplossingsgerichte vragen ; Handboek oplossingsgerichte gespreksvoering ; Harcourt Publishers 2006 ISBN 9026517808



De Blauwe Tandem | Hagedoornstraat 24 | 2421 VH | Nieuwkoop | Tel. 0642383899 | info@deblauwetandem.nl | K.v.K.nr. 52539989
ga naar http://twitter.com/deblauwetandem ga naar http://https://nl.linkedin.com/in/hedwichsuijling ga naar http://info@deblauwetandem.nl ga naar http://https://www.facebook.com/DeBlauweTandem